Programma's 1994 - 2001

Waar de verkiezingsprogramma’s in de jaren tachtig vooral voortbouwden op de voorgaande programma’s, brak het programma Wat echt telt (1994-1998) daarmee. Geen continuiteit van beleid, maar nieuwe keuzes. Het na-oorlogse tijdperk zou zijn afgesloten door de val van de Berlijnse muur, de economische opkomst van Aziatische landen als Zuid-Korea, Taiwan en Singapore, en het steeds groter wordende milieuprobleem. Het huis ‘moet rigoureus worden gerenoveerd’, aldus Jos van Gennip, de directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA (WI). Het besef brak door dat alleen bij verregaande herstructurering van de economie werk en welvaart verzekerd konden worden. Met 28.758 woorden was het programma ook aanzienlijk korter dan voorgaande programma’s. Er werden – zeer omstreden – voorstellen gedaan om het minimumloon te verlagen en de AOW te bevriezen. De commissie onder leiding van oud-minister Gerrit Braks legde een nog sterker accent dan voorgaande jaren op de rol van burgers en de creativiteit van de samenleving. Het programma was gebaseerd op het rapport Publieke gerechtigheid. Een christen-democratische visie op de rol van de overheid (1990) van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA (WI), waarin het begrip ‘verantwoordelijke samenleving’ verder was uitgewerkt.

Na de forse verkiezingsnederlaag in 1994 belandde het CDA voor het eerst in zijn bestaan in de oppositie. Een proces van heroriëntatie was nodig. Onder leiding van oud-KVP-leider Frans Andriessen schreef het een jaar later ingestelde Strategisch Beraad het invloedrijke rapport Nieuwe wegen, vaste waarden. Het Beraad kreeg als opdracht om een nieuwe langetermijnvisie te ontwikkelen. Gebroken werd met het zogeheten ‘no nonsense’-beleid van Ruud Lubbers. Het rapport verzette de bakens en diende als basis voor toekomstige verkiezingsprogramma’s. Het besteedde veel aandacht aan het gezin als de ‘basis van het samenleven’. Het onderscheidde – overigens in lijn met het verkiezingsprogramma van het jaar ervoor – vijf strategische doelen waarop de christendemocratische politiek zich diende te richten: een ‘waarden’-volle samenleving (waarin naast persoonlijke ontplooiing plaats was voor gemeenschappelijke inzet), een veilige samenleving, een samenleving waarin iedereen participeert, een duurzame samenleving, en een solide overheid. In april 1997 stelde het partijbestuur de tien hoofdconclusies (‘strategische keuzen’) vast.

De vruchten van de inhoudelijke herbezinning werden zichtbaar in het verkiezingsprogramma Samenleven doe je niet alleen (1998-2002). Voorzitter van de programmacommissie was oud-waarnemend partijvoorzitter Tineke Lodders-Elfferich. Deels in reactie op de individualistisch gekleurde tijdgeest van de paarse kabinetten kwamen hierin opnieuw de maatschappelijke verbanden aan bod, al werd de verantwoordelijkheid van de individuele burger niet vergeten. De nadruk lag op de leef- en belevingswereld van de mens in de gemeenschap. De tot dan toe gebruikelijke hoofdstukindeling per beleidsterrein werd in het program losgelaten. In plaats daarvan waren er vijf overkoepelende, meer conceptuele hoofdstukken, waarvan het eerste de titel ‘Mensen en hun gemeenschappen’ kreeg, waarin een gezinsvriendelijke samenleving centraal stond. In het programma werd gepleit voor ‘versterking van het primaat van de samenleving’, wat tot uiting kwam in de principiële keuze voor zelfregulering (die zelfs als afdwingbaar werd beschouwd). Veel van de ingediende amendementen op het programma betroffen het asielbeleid. Verschillende afdelingen én het CDJA wensten hier een versoepeling. Zo zouden asielzoekers na afwijzing van hun verblijfsvergunning het hoger beroep in Nederland mogen afwachten. Het partijbestuur ontraadde het amendement en het partijcongres volgde in meerderheid dit advies.

 

Foto Gerrit Braks
Braks, voorzitter van de commissie die het verkiezingsprogramma 1994 schreef.
Foto Frans Andriessen
Andriessen, voorzitter van de commissie die het rapport 'Nieuwe wegen, vaste waarden' opstelde.