Dries van Agt

Andreas Antonius Maria (Dries) van Agt werd in 1931 in het Brabantse Geldrop geboren, in een overzichtelijke, van het katholicisme doortrokken samenleving. Na zijn rechtenstudie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen werkte hij in de advocatuur en vervolgens als jurist op de ministeries van Landbouw en Visserij en van Justitie. In 1968 werd hij benoemd tot hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan zijn oude universiteit. Hij raakte betrokken bij de KVP, waar hij opviel door zijn intelligentie en progressieve reputatie. Van Agt bekleedde de positie van minister van Justitie in het eerste en tweede kabinet-Biesheuvel (1971-1973) en het kabinet-Den Uyl (1973-1977).

In het moeizaam tot stand gekomen kabinet-Den Uyl (PvdA, PPR, D66, KVP en ARP) kreeg Van Agt als minister te maken met gevoelige kwesties als het sluiten van de abortuskliniek Bloemenhove, het vrijlaten van oorlogsmisdadigers (de ‘Drie van Breda’) en de gewelddadige beëindiging van de treinkaping bij Wijster. Als vicepremier ontwikkelde hij zich steeds meer tot de tegenpool van PvdA-leider Joop den Uyl en werd hij tegelijk steeds meer het gezicht van het CDA-in-oprichting. Aan de Tweede Kamerverkiezingen van 25 mei 1977 deden de ARP, CHU en KVP met één programma en één kandidatenlijst mee, waarvan Van Agt lijsttrekker werd. Zijn ‘ethisch reveil’ bleek een aansprekend alternatief voor de toen dominante economische agenda: het CDA behaalde 49 zetels, één meer dan de drie partijen afzonderlijk in 1972. Van Agt presenteerde het CDA zelfbewust in het politieke midden met de woorden: ‘Wij maken geen buigingen naar links en geen buigingen naar rechts.’ Door wederzijds wantrouwen tussen de PvdA en het CDA kwam het niet tot een tweede kabinet-Den Uyl. Van Agt formeerde vervolgens in korte tijd met VVD-leider Hans Wiegel zijn eerste kabinet.

Met opnieuw Van Agt als lijsttrekker werd het CDA bij de Tweede Kamerverkiezingen op 26 mei 1981 met 48 zetels de grootste partij, maar door het verlies van de VVD ging de parlementaire meerderheid verloren. Het tweede kabinet-Van Agt met PvdA en D66 viel na bijna negen maanden door onderlinge spanningen over kernwapens en bezuinigingen. Met Van Agt als lijsttrekker gingen drie zetels verloren. Vlak voordat er een nieuwe regeringscoalitie was gevormd, kondigde de CDA-leider zijn vertrek uit de landelijke politiek aan; hij werd als partijleider opgevolgd door Ruud Lubbers. Van Agt werd achtereenvolgens commissaris van de koningin in Noord-Brabant en vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschap in Japan en in de Verenigde Staten. Buiten de actieve politiek liet hij later zijn mening horen over politieke kwesties, met name ten behoeve van de rechten van de Palestijnen.

Van Agt was de eerste politiek leider van het CDA. Hij profileerde zich als een gemoedelijke politicus, de tegenhanger van de gedreven sociaaldemocraat Den Uyl. Hij gebruikte zijn eloquentie en markante en charmante persoonlijke stijl voor zijn politieke profilering. Zo won Van Agt de sympathie van zijn eigen achterban, maar riep hij bij de andere partijen veel irritatie op door zijn relativering van de politiek, wat als ontwijking van echte problemen werd gezien.  

 

Minister van Justitie Van Agt tijdens een persconferentie over de gijzeling in Deil (1973).
Minister van Justitie Van Agt tijdens een persconferentie over de gijzeling in Deil (1973).
Premier Van Agt, zelf fervent fietser, opent het eerste Wereld Fietscongres in de RAI (1982).
Premier Van Agt, zelf fervent fietser, opent het eerste Wereld Fietscongres in de RAI (1982).