Geschiedenis 1879 - 1980

Lijsttrekkers Veringa (KVP), Biesheuvel (ARP) en Udink (CHU) op een verkiezingsbijeenkomst in 1971.
Lijsttrekkers Veringa (KVP), Biesheuvel (ARP) en Udink (CHU) op een verkiezingsbijeenkomst in 1971.

In 1980 gingen de protestants-christelijke Anti-Revolutio­naire Partij (ARP),  de Christelijk-Historische Unie (CHU) en de Katho­lieke Volkspartij (KVP) op in één partijverband, het Christen Democratisch Appel. De fusie was het sluitstuk van een toenaderingsproces dat tegen het einde van de negentiende eeuw, zo’n honderd jaar daarvoor, op gang was gekomen. Voor die tijd verkeerden de orthodoxe protes­tanten en katholieken op voet van vijandschap met elkaar. Para­doxaal genoeg gingen zij zich meer op elkaar richten juist in een periode waarin zij hun eigen identiteit sterker gingen benadrukken en zichzelf gingen organiseren, zowel maatschappelijk (in zuilen) als politiek (in fractie- en partijverband). Dat de onderlinge animositeit afnam, had veel te maken met het inzicht dat zij uiteindelijk een gemeen­schappelijke tegenstander hadden: de liberalen, die tegen financiële gelijkstelling waren van de bijzondere (christelijke) scholen met de openbare scholen. Protes­tanten en katholieken vonden elkaar in deze Schoolstrijd en zouden na 1878 (toen de liberale onderwijswet van Johannes Kappeyne van de Coppello werd aangenomen) politiek vaak gezamenlijk optrekken.

De fuserende partijen

In 1879 kwam de eerste moderne politieke partij in Nederland tot stand, de Anti-Revolutio­naire Partij (ARP). Financiële gelijkberechtiging van bijzonder (christelijk) met openbaar onderwijs was een kernpunt in haar programma. In 1894 maakte de behoudende vleugel zich los van de ARP. De in 1908 opgerichte Christelijk-Historische Unie (CHU) wortelde in deze afsplitsing. De katholieken gingen pas laat tot partijvorming over. Na enkele los georganiseerde voorlopers werd in 1926 de Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP) gevormd. Na de Tweede Wereldoorlog werd die omgedoopt tot Katho­lieke Volkspartij (KVP).

 

ARP affiche
Antirevolutionaire Partij
CHU affiche
Christelijk Historische Unie
Affiche KVP
Katholieke Volkspartij

 

Ontstaansgeschiedenis van het CDA

De totstandkoming van het CDA is een langdurig proces geweest, dat op gang kwam na de Tweede Kamerverkiezingen van 1967, nadat de KVP zwaar had verloren. In de jaren vijftig hadden de ARP en CHU hun kiezersaanhang al zien afbrokkelen. De emancipatie van de katholieken en de gereformeerde ‘kleine luyden’ leek langzamerhand voltooid; hun zuilen begonnen uiteen te vallen door de secularisering en individualisering. Daarmee werd de machtspositie van de confessionele drie in de Nederlandse politiek bedreigd. Vanaf 1918 tot 1967 hadden zij minstens de helft van het aantal Kamer­zetels bezet. In 1967 kwam aan deze hegemonie een einde; in 1972 vergaarde het drietal samen slechts 48 zetels. Dat alleen hun samengaan redding zou kunnen bieden zagen de partijen wel in, maar dat wilde niet zeggen dat het fusieproces makkelijk verliep. Er waren allerlei obstakels, zoals verschillen in partijcultuur, problemen over het karakter van de nieuwe partij en de plaats van het evangelie daarin, en organisatorische kwesties. Dertien jaar zou het duren totdat in 1980 ARP, CHU en KVP in het CDA opgingen.

Affiche van ARP, CHU, KVP en CDA
Christen Democratisch Appèl

 

 

Foto van Andriessen (KVP), Biesheuvel (ARP) en Tilanus (CHU) op een verkiezingsbijeenkomst in 1972
Andriessen (KVP), Biesheuvel (ARP) en Tilanus (CHU) op een verkiezingsbijeenkomst in 1972.
Foto van Andriessen (KVP), Kruisinga (CHU) en Aantjes (ARP) na een bezoek aan Van Agt tijdens de kabinetscrisis in 1977
Andriessen ((KVP), Kruisinga (CHU) en Aantjes (ARP) na een bezoek aan Van Agt tijdens de kabinetscrisis in 1977.