Hugo de Jonge

Hugo Mattheüs (Hugo) de Jonge werd op 26 september 1977 geboren in het Zeeuwse Bruinisse, waar zijn vader predikant was. Door zijn vaders beroep woonde De Jonge achtereenvolgens in Alphen aan den Rijn, Zaamslag en Puttershoek. Hij doorliep de opleiding tot basisschoolleraar aan de Ichthus Hogeschool in Rotterdam, waarna hij als leraar op een basisschool in Rotterdam-Zuid begon en zich al snel opwerkte tot adjunct-directeur. Na vijf jaar voor de klas te hebben gestaan werd De Jonge in 2004 beleidsmedewerker onderwijs bij de Tweede Kamerfractie van het CDA. Van 2006 tot 2010 was hij werkzaam op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, waar hij werkte als politiek assistent van de CDA-bewindspersonen Maria van der Hoeven en Marja van Bijsterveldt. Ook was hij als beleidsmedewerker onder meer programmamanager ‘Kwaliteitsagenda Voortgezet Onderwijs’ en verantwoordelijk voor de invoering van de gratis schoolboeken.

In 2010 werd De Jonge wethouder in Rotterdam, met in zijn portefeuille onderwijs, jeugd en gezin. In 2014 kwam daar de zorg bij. Als wethouder zette hij zich in om eenzaamheid onder ouderen aan te pakken; duizenden Rotterdamse ouderen kregen huisbezoek. Deze ‘Rotterdamse’ eenzaamheidsaanpak kreeg ook elders navolging. De Jonge werd bekend toen hij in 2013 in het televisieprogramma ‘Knevel & Van den Brink’ pleitte voor de sluiting van de Islamitische Scholengemeenschap ‘Ibn Ghaldoun’ én toen hij in 2016 aandrong op verplichte anticonceptie bij kwetsbare ouders.

In 2017 trad De Jonge als vicepremier en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toe tot het derde kabinet-Rutte. Als minister lanceerde hij verschillende actieprogramma’s, zoals ‘Eén tegen Eenzaamheid’ (gebaseerd op zijn ervaringen als wethouder in Rotterdam), ‘Kansrijke Start’ en ‘Werken in de Zorg’. Om in contact te komen met de mensen op de werkvloer, wat past bij zijn persoonlijke benadering van politiek, legt hij veelvuldig werkbezoeken af. Zijn aanpak omschrijft hij zelf als ‘aanpakken, mouwen opstropen en aan de slag’. Na het aftreden van VVD-minister Bruno Bruins op 19 maart 2020 werd hij belast met het complexe coronadossier. In die hoedanigheid groeide hij samen met premier Mark Rutte uit tot het gezicht van de coronabestrijding in Nederland. Tijdens de vele persconferenties viel ook zijn breedsprakigheid op. Zijn zichtbare voorliefde voor kleurrijke schoenen was toen al bekend.

Op 18 juni 2020 kondigde De Jonge aan zich kandidaat te stellen voor het CDA-lijsttrekkerschap bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021. Na twee stemrondes won hij nipt met 50,7% van de stemmen van de andere kandidaat Pieter Omtzigt. In zijn verkiezingscampagne positioneerde De Jonge zich als leider van een CDA dat terugkeert naar het politieke ‘midden’, ‘waar polarisatie en tegenstelling worden overbrugd’. Op 10 december maakte hij evenwel bekend terug te treden als lijsttrekker, naar eigen zeggen omdat dit niet meer viel te combineren met de aanpak van de coronacrisis in zijn hoedanigheid als minister van Volksgezondheid. Binnen de partij bestond al langer verdeeldheid over de positie van De Jonge. Hij had de lijsttrekkersverkiezingen slechts met miniem verschil gewonnen, terwijl twijfel over de betrouwbaarheid van de uitslag niet kon worden weggenomen. Ook werd gevreesd dat hij te weinig tijd zou hebben voor het lijsttrekkerschap.

De dag na het vertrek van De Jonge werd Wopke Hoekstra door het partijbestuur voorgedragen als  kandidaat-lijsttrekker. Hoekstra had in de zomer bedankt voor het lijsttrekkerschap, maar meende  dat ‘de context’ veranderd was; zodoende was hij bereid de positie van De Jonge in te nemen. 

 

Foto van De Jonge en premier Mark Rutte tijdens een livesessie op tv over de coronacrisis in 2020.
De Jonge en premier Mark Rutte tijdens een livesessie over de coronacrisis in 2020.
De Jonge met andere leden van het kabinet op weg naar de Grote Kerk in Den Haag op Prinsjesdag 2020.
De Jonge met andere leden van het kabinet op weg naar de Grote Kerk in Den Haag op Prinsjesdag 2020.